Leibomen zijn een slimme oplossing als je meer privacy in de tuin wilt, inkijk boven een schutting wilt verminderen of een groene afscheiding wilt maken zonder dat een boom veel ruimte in de breedte inneemt. Door de takken langs een leirek te leiden, groeit de kroon voornamelijk in één vlak. Zo ontstaat op hoogte een groen scherm.
Maar welke leiboom kies je? Welke stamhoogte heb je nodig bij een schutting van 180 of 200 cm? Hoe ver moeten leibomen uit elkaar staan? Wanneer kun je ze planten? En wanneer moet je een leiboom snoeien?
In deze gids leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten bij het kiezen, planten, snoeien en onderhouden van leibomen.

Een leiboom is een boom waarvan de takken langs een leirek of frame worden geleid. De hoofdtakken worden tijdens de teelt horizontaal en/of diagonaal aangebonden. Hierdoor ontstaat een relatief vlak scherm van takken en bladeren.
Dat is het belangrijkste verschil met een gewone boom. Een normale boom ontwikkelt rondom de stam een kroon, terwijl de kroon van een leiboom bewust in één vlak wordt gevormd.
Het leirek helpt bij het vormen en begeleiden van de takken. De boom zelf blijft uiteraard groeien. Daarom moet een leiboom regelmatig worden gesnoeid om zijn karakteristieke vorm te behouden.
Leibomen zijn daardoor bijzonder geschikt voor plekken waar je wel hoogte en groen wilt, maar niet de brede kroon van een gewone boom.
Een van de belangrijkste redenen om leibomen te planten is privacy. Een gewone schutting houdt meestal op rond ooghoogte, terwijl inkijk vanuit een hoger gelegen raam of balkon daarmee niet altijd wordt weggenomen. Met een leiboom kun je het groene scherm juist boven de schutting laten beginnen.
Daarnaast nemen leibomen relatief weinig ruimte in de diepte in. Dat maakt ze interessant voor zowel grote als kleinere tuinen.
Leibomen kunnen onder andere worden gebruikt voor:
De toepassing is overigens niet nieuw. Geleide bomen worden al lange tijd bij woningen en andere gebouwen gebruikt. Een klassieke toepassing van bijvoorbeeld leilinden is het creëren van natuurlijke beschaduwing bij gevels. In de zomer zorgt het bladerdek voor beschutting tegen de zon, terwijl een bladverliezende boom in de winter juist meer licht doorlaat.
Niet iedere leiboom heeft dezelfde eigenschappen. Kijk daarom niet alleen naar het uiterlijk van de boom, maar vooral naar wat je ermee wilt bereiken.
Wil je bijvoorbeeld vooral privacy? Dan zijn de dichtheid van het blad en de vraag of de boom ’s winters groen blijft belangrijk. Wil je juist in de zomer beschutting, maar in de winter zoveel mogelijk daglicht? Dan kan een bladverliezende soort juist aantrekkelijk zijn.
Let bij het kiezen van een leiboom onder andere op:
Een van de belangrijkste keuzes is die tussen een groenblijvende en een bladverliezende leiboom.
Wil je het hele jaar door zoveel mogelijk groen en privacy, dan ligt een groenblijvende leiboom voor de hand. Het scherm blijft ook gedurende de winter grotendeels begroeid.
Dat is vooral interessant wanneer de bomen worden geplaatst om inkijk vanuit een woning, weg of aangrenzende tuin tegen te gaan.
Bladverliezende soorten verliezen in het najaar of gedurende de winter hun blad. Daardoor bieden ze in de winter minder visuele afscherming.
Daar staat tegenover dat ze met de seizoenen veranderen en ’s winters meer licht kunnen doorlaten. Voor een terras of gevel kan dat juist aantrekkelijk zijn: in de zomer veel blad en beschutting, in de donkere maanden een opener kroon.
Ook tussen bladverliezende soorten bestaan flinke verschillen. Sommige soorten vormen een zeer dicht scherm, terwijl andere juist vanwege hun blad, bloei of herfstkleur worden gekozen.
Er bestaan veel boomsoorten die als leiboom kunnen worden gekweekt. Welke de beste keuze is, hangt af van je tuin, de standplaats en het gewenste resultaat.
De leilinde is een van de bekendste leibomen. Lindes verdragen snoei goed en kunnen een dicht bladerdek vormen. Ze worden al lange tijd gebruikt als natuurlijke zonwering en groene afscheiding.
Vooral wanneer je een traditionele uitstraling zoekt en een boom wilt die goed in vorm te houden is, is de leilinde interessant.
Een leibeuk geeft een strak en natuurlijk beeld. Het blad verkleurt in het najaar en een deel van het verdroogde blad kan gedurende de winter aan de plant blijven hangen.
De leibeuk is daardoor interessant wanneer je de seizoensbeleving van een bladverliezende boom wilt combineren met relatief veel afscherming.
De haagbeuk wordt eveneens veel gebruikt als leiboom. Hij vertakt gemakkelijk, kan een dicht scherm vormen en laat zich goed snoeien.
Hoewel beuk en haagbeuk qua Nederlandse naam op elkaar lijken, zijn het verschillende boomsoorten. Houd daarom bij de keuze rekening met de eigenschappen van de specifieke soort.
Een leiplataan heeft groot blad en een krachtige groei. Daardoor kan hij snel veel groen en schaduw geven.
Die groeikracht betekent ook dat snoeien belangrijk is. Houd daar rekening mee wanneer je vooral een zeer strak scherm wilt behouden.
De amberboom is vooral bijzonder vanwege zijn blad en opvallende herfstverkleuring. Daarmee is deze leiboom niet alleen functioneel voor privacy, maar ook een decoratief element in de tuin.
Voor jaarrond groen zijn verschillende groenblijvende boom- en heestersoorten als leivorm verkrijgbaar. Denk afhankelijk van het assortiment bijvoorbeeld aan laurier, Photinia en steeneik.
Kijk daarbij altijd naar de specifieke standplaatseisen en winterhardheid van de gekozen soort.
Bij het kopen van leibomen kan de maatvoering in eerste instantie verwarrend zijn.
Een aanduiding zoals stamomtrek 12-14 cm zegt namelijk iets anders dan een stamhoogte van 200 cm. Daarnaast heeft het leirek zelf een hoogte en breedte.
Om de juiste leiboom te kiezen moet je daarom vier maten uit elkaar houden.
De stamomtrek geeft een indicatie van de dikte en daarmee doorgaans ook de ontwikkelingsfase van de boom.
Een aanduiding van bijvoorbeeld 12-14 cm betekent dus niet dat de stam 12 tot 14 cm breed is. Het gaat om de omtrek van de stam, gemeten volgens de gebruikelijke maatvoering voor bomen.
De stamhoogte is de hoogte vanaf de grond tot waar de kroon en het leischerm beginnen.
Deze maat is ontzettend belangrijk wanneer je leibomen achter een schutting plaatst.
Het leirek bepaalt de uitgangsmaat van het scherm. Bij leibomen komen bijvoorbeeld leirekken voor van 120 x 100 cm, 150 x 120 cm en 180 x 150 cm.
Een groter rek geeft vanaf de aanplant direct een groter raamwerk voor het groene scherm.
De totale hoogte bestaat grofweg uit de stamhoogte plus de hoogte van het scherm.
Daardoor kan een leiboom met een stamhoogte van 200 cm en een leirek van 150 x 120 cm een totale hoogte van ongeveer 320 cm hebben.

Dit overzicht laat meteen zien waarom alleen kijken naar de totale hoogte niet voldoende is. Voor het uiteindelijke beeld in de tuin zijn zowel de stamhoogte als de afmetingen van het leirek belangrijk.
Wil je leibomen tegen of achter een schutting plaatsen? Kijk dan eerst naar de hoogte van de schutting en vervolgens naar de hoogte waarop je privacy nodig hebt.
Bij een schutting van bijvoorbeeld 200 cm is een totale boomhoogte van 300 cm op zichzelf niet voldoende informatie. Je moet vooral weten waar het leischerm begint.
Een boom met een stamhoogte van 150 cm heeft al een deel van zijn scherm vóór de schutting. Bij een stamhoogte van 200 cm begint het leischerm ongeveer ter hoogte van de bovenkant van een schutting van 200 cm.
Stel dat je een schutting van 200 cm hoog hebt en vooral inkijk vanuit de eerste verdieping van de buren wilt verminderen.
Dan is een hogere stam interessant, omdat het groene scherm pas bovenin nodig is. Een leiboom met een stamhoogte rond 200 cm laat het scherm ongeveer boven de schutting beginnen.
Wil je daarentegen ook lager een groen beeld creëren, dan kan een lagere stamhoogte juist gewenst zijn.
De beste stamhoogte wordt dus niet bepaald door de hoogte van de boom alleen, maar door de hoogte waarop jij het groene scherm nodig hebt.
Leibomen worden geleverd met verschillende afmetingen leirekken. Hoe groter het leirek, hoe groter het raamwerk waarlangs de takken van de leiboom worden geleid. Welke maat je kiest, hangt onder andere af van de maat van de boom, de gewenste hoogte en hoeveel oppervlak je wilt afschermen.
In de afbeelding hieronder zie je de drie schermtypen die bij de verschillende maten leibomen worden gebruikt:
Een groter leirek betekent overigens niet automatisch dat een leiboom vanaf het eerste moment volledig dicht is. Hoe vol het scherm is, hangt ook af van de boomsoort, de maat van de boom en hoe ver de takken tijdens de teelt al over het leirek zijn geleid.

Naast de afmeting kan ook de opbouw van het leirek verschillen.
De takken kunnen bijvoorbeeld diagonaal worden geleid, horizontale etages volgen of een combinatie van beide vormen.
Het principe blijft hetzelfde: het rek vormt het raamwerk waarlangs de jonge hoofdtakken worden geleid.
Naarmate de boom groeit, ontstaan nieuwe scheuten. Door deze op de juiste manier te begeleiden en andere scheuten terug te snoeien, wordt het groene scherm steeds verder gevormd.
De juiste afstand tussen leibomen hangt vooral af van de breedte van het leirek en van het gewenste eindbeeld.
Wil je dat verschillende leibomen uiteindelijk samen één doorlopend groen scherm vormen? Dan moet de afstand zo worden gekozen dat de schermen op elkaar kunnen aansluiten.
Een handige manier om hierover na te denken is de afstand hart-op-hart te meten: van het midden van de ene stam tot het midden van de volgende.
Heb je bijvoorbeeld een leirek van 150 cm breed, dan geeft ongeveer 150 cm hart-op-hart een uitgangssituatie waarbij de rekken naast elkaar kunnen aansluiten. Wil je ruimte tussen de afzonderlijke schermen behouden, dan kies je een grotere afstand.
Let daarbij altijd op de daadwerkelijke rekmaat van de boom die je koopt.
Hoeveel leibomen je nodig hebt, kun je bepalen door eerst de totale lengte te meten die je met leibomen wilt afschermen en vervolgens de gewenste hart-op-hartafstand te bepalen.
Bij een rij van meerdere bomen spelen ook de positie van de eerste en laatste stam mee. Maak daarom vóór het graven eerst een verdeling over de volledige lengte. Zo voorkom je dat je aan het einde met een vreemd kleine of grote tussenruimte uitkomt.
Een touwlijn is hierbij bijzonder handig: span de lijn langs de volledige rij en markeer vervolgens alle stamposities.
Een goede start is belangrijk. Leibomen zijn relatief hoge planten met bovendien een breed scherm dat wind vangt. Zorg daarom niet alleen voor goede grond, maar ook voor voldoende stabiliteit.
Zet eerst de volledige rij uit.
Plaats je meerdere leibomen? Bepaal dan alle stamposities voordat je het eerste plantgat graaft.
Controleer vanuit verschillende plekken in de tuin of de schermen straks daadwerkelijk de gewenste zichtlijn afschermen.
De grond moet voldoende water kunnen vasthouden, maar overtollig water ook kunnen afvoeren.
Een structureel kletsnatte bodem is voor veel boomsoorten ongeschikt. Zeer droge grond vraagt na het planten juist extra aandacht voor watergift.
Houd daarnaast rekening met de specifieke eisen van de gekozen boomsoort.
Maak het plantgat ruim genoeg om de wortelkluit zonder beschadiging te kunnen plaatsen. De grond rondom de kluit moet voldoende los zijn zodat nieuwe wortels zich kunnen ontwikkelen.
Maak het plantgat daarom duidelijk breder dan de kluit en maak verdichte grond rondom en onder het plantgat voorzichtig los.
Een leiboom moet niet zomaar zo diep mogelijk worden gezet om hem steviger te laten staan.
Plaats de boom ongeveer op dezelfde diepte als waarop hij eerder heeft gegroeid. De bovenkant van de kluit hoort ongeveer op het niveau van het omliggende maaiveld te liggen.
Stabiliteit creëer je met de juiste ondersteuning, niet door de stam dieper in de grond te zetten.
Controleer de boom vanuit minimaal twee richtingen.
Bij één boom valt een kleine afwijking misschien nauwelijks op. Bij vijf leibomen naast elkaar zie je onmiddellijk wanneer één stam scheef staat of één scherm hoger staat dan de rest.
Gebruik daarom tijdens het planten bij voorkeur een gespannen lijn.
Een pas geplante leiboom heeft nog onvoldoende wortels ontwikkeld om zichzelf onder alle omstandigheden stevig te verankeren.
Het scherm vangt bovendien relatief veel wind. Goede boompalen en boomband helpen voorkomen dat de kluit voortdurend in de grond beweegt.
Vul de ruimte rond de kluit met de uitgegraven grond en zorg ervoor dat de grond goed rond de wortelkluit aansluit.
Voorkom grote luchtgaten, maar stamp de bodem ook niet zo hard aan dat alle structuur verdwijnt.
Geef na het planten voldoende water zodat de grond goed rond de kluit sluit.
Daarna begint misschien wel het belangrijkste onderdeel van de verzorging: blijven controleren of de boom voldoende water krijgt.
Wanneer je leibomen kunt planten, hangt mede af van de manier waarop ze worden geleverd.
Bomen in pot of container kunnen gedurende een groot deel van het jaar worden geplant, zolang de omstandigheden geschikt zijn. Bij bomen die met kluit of uit de volle grond worden geleverd is het plantseizoen beperkter.
Het najaar en het vroege voorjaar zijn vaak gunstige plantperioden, omdat de verdamping lager is en de boom zich kan richten op wortelontwikkeling.
Plant in ieder geval niet wanneer de grond hard bevroren is.
Ook planten tijdens extreem warm en droog zomerweer is minder ideaal. Als je in een warme periode plant, wordt een zorgvuldige watergift extra belangrijk.
Nieuwe leibomen zijn voor hun watervoorziening aanvankelijk sterk afhankelijk van de wortelkluit en de grond direct daaromheen.
Geef daarom niet automatisch iedere dag een klein beetje water. Het doel is dat de wortelzone daadwerkelijk vochtig wordt.
Controleer de bodem regelmatig, zeker tijdens droge en warme perioden. Houd daarbij rekening met regen: een korte bui betekent niet automatisch dat er voldoende water bij de wortelkluit terecht is gekomen.
Hoeveel water nodig is, verschilt per:
Controle van de bodem is daarom belangrijker dan blind een vast waterschema volgen.
Een leiboom behoudt zijn vorm niet vanzelf.
Zonder snoei zullen nieuwe scheuten naar buiten en omhoog groeien en probeert de boom uiteindelijk weer een meer natuurlijke kroon te vormen. Regelmatige snoei houdt het scherm vlak, compact en dicht.
Daarbij moet je onderscheid maken tussen hoofdtakken en zijscheuten.
De hoofdtakken vormen het raamwerk van de leiboom en zijn langs het rek geleid. Vanuit deze takken ontstaan nieuwe zijscheuten.
Bij veel leibomen zijn het vooral deze nieuwe zijscheuten die worden teruggesnoeid. De aangebonden hoofdtakken laat je juist intact zolang ze nodig zijn om het scherm verder te vormen.
Veel leibomen kunnen na verloop van tijd min of meer als een verticale haag worden bijgehouden.
Scheuten die vóór of achter het gewenste vlak groeien, worden teruggenomen. Daarmee blijft het scherm relatief dun.
Door regelmatig te snoeien ontstaat bovendien meer fijne vertakking, waardoor het scherm dichter kan worden.
Sommige klassieke leibomen, waaronder bepaalde leilindes en leiplatanen, kunnen sterker worden teruggesnoeid.
Daarbij worden de nieuwe zijscheuten dicht bij het blijvende raamwerk teruggenomen.
Deze methode is niet voor iedere leiboom geschikt. Pas de snoei daarom altijd aan de soort aan.
Er bestaat geen universele snoeimaand voor iedere leiboom.
Het juiste moment hangt af van de boomsoort én van de manier waarop je wilt snoeien.
Een vormsnoei waarbij uitstekende jonge scheuten worden weggeknipt vindt vaak tijdens het groeiseizoen plaats. Sterkere snoei van geschikte bladverliezende soorten kan juist in de rustperiode plaatsvinden.
Wintergroene soorten vragen weer om een andere aanpak.
Dat is belangrijk, want een generiek advies als “snoei iedere leiboom in februari” kan voor de ene soort prima en voor een andere soort ongeschikt zijn.
Controleer daarom altijd het snoeiadvies van de specifieke leiboom.
Voor veel leibomen is minimaal één goede snoeibeurt per jaar nodig om de leivorm te behouden. Sterke groeiers kunnen daarnaast een tweede vormsnoei nodig hebben.
Hoe strakker je het scherm wilt houden, hoe vaker je uitstekende jonge scheuten zult moeten corrigeren.
Een boom die iets natuurlijker mag ogen, hoeft niet voortdurend kaarsrecht te worden bijgeknipt.
De leilinde snoeien verdient aparte aandacht omdat dit een van de bekendste leibomen is.
De blijvende hoofdtakken vormen het geraamte van het leischerm. Nieuwe zijscheuten kunnen worden teruggesnoeid zodat de boom zijn platte vorm behoudt.
Bij een traditionele leilinde kan in de winter sterker worden teruggesnoeid. Tijdens het groeiseizoen kan eventueel aanvullende vormsnoei plaatsvinden om uitstekende scheuten te verwijderen.
Ga niet automatisch alle takken tot aan de stam verwijderen. De geleide hoofdtakken zijn juist de structuur waarop het leischerm is opgebouwd.
Een nieuw geplante leiboom is niet altijd vanaf dag één een volledig gesloten groen scherm.
Dat hoeft geen probleem te zijn.
De bestaande hoofdtakken vormen het raamwerk. Nieuwe groei kan worden gebruikt om lege delen verder op te vullen.
Laat geschikte nieuwe scheuten verder langs het leirek groeien en bind ze voorzichtig aan waar dat nodig is. Scheuten die juist vóór of achter het scherm groeien kunnen worden teruggesnoeid.
Door gericht aanbinden én snoeien ontstaat steeds meer vertakking in het vlak van het scherm. Bij meerdere leibomen kunnen geschikte jonge scheuten bovendien worden gebruikt om de afzonderlijke schermen steeds verder naar elkaar toe te laten groeien.
Leibomen en een schutting vormen een populaire combinatie.
De schutting biedt privacy op ooghoogte en de leibomen kunnen het zicht daarboven afschermen.
Let daarbij vooral op de volgende punten:
Houd daarnaast rekening met de omgeving en de erfgrens. Voor bomen nabij een erfgrens kunnen wettelijke en plaatselijke regels gelden. Controleer daarom vooraf welke regels voor jouw situatie gelden.
Een verkeerde soort kiezen is niet de enige fout die je kunt maken. Juist bij de maatvoering, aanplant en verzorging gaat het regelmatig mis.
Voor privacy boven een schutting is vooral belangrijk waar het leischerm begint. Kijk daarom altijd naar de stamhoogte én de hoogte van het leirek.
Een stamhoogte van 200 cm betekent niet dat de hele boom 200 cm hoog is. Het scherm komt daar nog bovenop.
Een maat van 12-14 cm is een omtrekmaat en geen stamdiameter van 12 tot 14 cm.
Een boom dieper zetten maakt hem niet stabieler en kan juist problemen veroorzaken. Plant de boom ongeveer op dezelfde diepte als waarop hij eerder heeft gestaan.
Een hoog leischerm vangt veel wind. Een jonge boom moet eerst voldoende kunnen wortelen voordat hij zichzelf stevig kan verankeren.
De eerste periode na aanplant is belangrijk voor het aanslaan van de boom. Controleer daarom regelmatig het vochtgehalte rond de wortelkluit.
Maak onderscheid tussen de blijvende hoofdtakken van het scherm en nieuwe zijscheuten. De hoofdtakken vormen juist het raamwerk van de leiboom.
Ook een groenblijvende leiboom groeit en moet worden bijgehouden om een strak leischerm te behouden.
Een leiboom is een boom waarvan de hoofdtakken langs een rek of frame worden geleid. Hierdoor ontstaat een relatief vlak scherm van takken en bladeren dat onder andere voor privacy, beschutting en schaduw kan worden gebruikt.
De stamhoogte is de afstand van de grond tot het begin van het leischerm. De totale hoogte is de hoogte van de complete boom inclusief het leirek en de kroon.
Dat hangt af van de dichtheid, groeisnelheid en het bladbehoud van de soort. Wil je ook ’s winters zoveel mogelijk afscherming, kijk dan vooral naar groenblijvende leibomen. Voor privacy gedurende het groeiseizoen zijn ook verschillende bladverliezende soorten zeer geschikt.
Kijk vooral naar de stamhoogte. Wil je dat het scherm ongeveer boven een schutting van 200 cm begint, dan ligt een stamhoogte rond 200 cm voor de hand. Wil je ook groen vóór een deel van de schutting, dan kan een lagere stamhoogte geschikt zijn.
Dat verschilt per maat en soort. In het maatvoorbeeld op deze pagina varieert de totale hoogte bij aanschaf van ongeveer 250 tot 375 cm. De boom blijft daarna groeien, maar kan door snoei binnen de gewenste vorm worden gehouden.
Dat hangt af van de breedte van het leirek en het gewenste resultaat. Wil je een aaneengesloten scherm, gebruik dan de rekbreedte als belangrijk uitgangspunt voor de hart-op-hartafstand.
Dat hangt onder andere af van de leverwijze. Containerbomen kunnen onder geschikte omstandigheden gedurende een groot deel van het jaar worden geplant. Voor bomen met kluit of uit de volle grond geldt een beperkter plantseizoen. Vermijd in ieder geval bevroren grond en wees voorzichtig met extreem warm en droog weer.
Dat verschilt per soort en snoeimethode. Vormsnoei vindt vaak tijdens het groeiseizoen plaats, terwijl bepaalde bladverliezende leibomen in de rustperiode sterker kunnen worden teruggesnoeid.
Voor veel soorten is één snoeibeurt per jaar een goed uitgangspunt. Sterk groeiende leibomen of bomen die zeer strak moeten blijven, kunnen vaker vormsnoei nodig hebben.
Gebruik nieuwe scheuten die in de gewenste richting groeien om het scherm verder te vullen en bind deze waar nodig aan. Snoei ongewenste scheuten terug. Door dit consequent te doen ontstaat steeds meer fijne vertakking.
Leibomen kunnen goed in combinatie met een schutting worden gebruikt. Houd wel voldoende ruimte voor groei en onderhoud en kies een stamhoogte die aansluit bij de hoogte van de schutting.
Nee. Er bestaan zowel bladverliezende als groenblijvende leibomen. Welke het meest geschikt is, hangt onder andere af van de gewenste privacy, uitstraling en standplaats.
De hoogte en vooral de vorm van veel leibomen zijn door regelmatig snoeien goed te beheersen. De uiteindelijke groeikracht verschilt wel per boomsoort.
Het leirek wordt gebruikt om de hoofdtakken in het gewenste vlak te leiden. Hierdoor ontstaat de kenmerkende platte kroon van een leiboom.
De beste leiboom is uiteindelijk niet simpelweg de grootste of de snelst groeiende boom.
Begin met de vraag wat je met de boom wilt bereiken.
Wil je inkijk boven een schutting verminderen? Bepaal dan eerst op welke hoogte het scherm moet beginnen. Wil je het hele jaar privacy? Kijk dan naar groenblijvende soorten. Wil je vooral zomerse beschutting en in de winter meer licht? Dan kan een bladverliezende leiboom juist beter aansluiten.
Kijk daarna naar de stamhoogte, afmeting van het leirek, groeieigenschappen en standplaats.
Zo kies je niet alleen een leiboom die bij je tuin past, maar vooral een boom die straks doet waarvoor je hem hebt geplant.